Klapperolie deel II

Klapperolie deel II….

Dire Straits schreef ooit al eens een hit met het volgende refrein: cos’ if you wanna run cool, if you wanna run cool. Yes if you wanna run cool. You’ve got to run on heavy, heavy fuel!” daarmee doelende op een dieet van hamburgers, scotch en nicotine. Niet echt #paleo maar wel een mooi bruggetje naar het vervolg op mijn eerste stukje over klapperolie en afvallen.

Marathon: 

Hier boven had net zo goed de titel kunnen staan: “van kerosineverbranding naar een hout gestookt vuurtje”, waar de kerosine staat voor fructose en het hout gestookt vuurtje voor kokosolie. In ieder geval ik wilde wel run cool want ik had met een groepje collega’s ingeschreven voor de Business Estafette Run van de Rotterdam Marathon. Een groepje ismarin misschien een wat te bescheiden woord want we waren met in totaal 17 teams van 4 lopers / loopsters. Het snelste team Caldic 8 liep in 3:09:09 en het team dat het meeste aanmoediging verdiende, mijn team dus, liep de 42km en een beetje in ca 4:17:20. Het ging natuurlijk niet om verliezen en winnen maar om meedoen en dat is wat telde. Zoals gezegd het was een estafette in teamverband en de 42,195km was ongeveer gelijk, nou ja gelijk, verdeeld in 4 stukken van respectievelijk 10.3, 10, 13 en 9.6km. Om de te lopen afstanden eerlijk te verdelen onder ons team hadden we strootjes getrokken en ik trok aan het kortste eind en mocht het langste eind lopen, klinkt logisch, ook omdat de andere teamleden veel jonger en onervarener waren als ik…..dus dat waren ze niet want ze waren veel beter getraind dan ik. In mijn voorbereiding had ik, met Evie Gruyaert’s Start to Run op mijn mp3, niet meer dan 5km gelopen en dan nog maar één keertje aan één stuk.
Energiecrisis.  

Om die 13 km te lopen moest ik trainen, doch om geen blessures tijdens de voorbereiding en trainingen op te lopen moest ik minder trainen dan ik wilde en minder dan er echt voor nodig was om die 13km goed te volbrengen en dus bedacht ik, om het voor mezelf wat lichter te maken, dat ik moest afvallen en fors ook. In gedachte houdend dat je tijdens het hardlopen bij iedere landing 3x je lichaamsgewicht opvangt vond ik dat ik minstens 6-7kg moest afvallen. Lees hier verder hoe ik dat heb gedaan in precies 6 weken en dat zonder honger: https://1skateguru.wordpress.com/2012/03/03/klapperolie/ . Ook moest ik iets bedenken om het veronderstelde energietekort, door het vermeende gebrek aan koolhydraten, op te vangen. Want het door mij vrij geïmproviseerde ‘low-carb’ of zelf samengestelde ‘paleo-light’ dieet liet dus weinig koolhydraten uit graszaad toe en al helemaal niet het old-skool ‘koolhydraten stapelen’ wat ik in het verre verleden als wielrenner heb geleerd. Een lokale energiecrisis, lokaal en dan wel in mijn lichaam dreigde, of toch niet? Effekes uitleggen: paleo betekent vooral geen graszaad (graanproducten) eten, maar het dieet dat voor de landbouwrevolutie als normaal gold voor ons mensenras, bestaande uit jagers-verzamelaars. Een dieet van vlees, vis, schelpdieren, knollen, noten, bladgroenten en fruit. Graszaad eten? Dat is niet grappig bedoeld hoor want tarwe, mais rijst en dergelijke zijn grassoorten en zijn op evolutionaire schaal die miljoenen jaren bestrijkt, relatief nieuw (een paar duizend jaar dus) in de humane voeding en ons miljoenen jaren oude menselijke verteringssysteem heeft in die paar duizend jaar kennelijk niet goed geleerd om met die hoeveelheid graszaden die we vooral de laatste 10-tallen jaren tot ons nemen om te gaan. Ik weet dat ik hier geen scheve vergelijking ga maken want sinds de jaren ’60, en gek genoeg valt dat samen met de introductie van zelfbedieningssupermarkten, zijn we nog meer koolhydraten uit graszaad (tarwe, mais, rijst etc) en suiker gaan gebruiken. Lees verder op “paleo”  wat dat met je doet.
Mijn stukje marathon dus.  

Om nu 6 weken dieet met geen koolhydraten uit graszaad in één keer over boord te gooien om een stukje van 13km te rennen vond ik absurd en totaal onnodig. Ik voelde, nee ik wist zeker dat ik die 13km kon lopen op mijn semi #paleo-ontbijt, bestaande uit een in kokosolie gebakken ei met kleine tomaatjes en een glas bronwater om 7 uur ’s-morgens. Ik wist ook zeker dat ik geen sportdrank nodig zou hebben, géén gels met snelle suikers of iets anders met suiker. Ik was namelijk niet meer afhankelijk van suiker in de breedste zin van het woord. Ook brood bestaat, in deze uit een groot aandeel suiker, ook beschuit en knäckebröd voor wie dat nog niet wist. Zetmeel, bloem, meel, ook in zekere zin allemaal koolhydraten die worden gerekend tot suiker, dames en heren. Dus dat had ik al 6 weken niet meer in mijn dieet.  Om 8:30 uur verzamelden we op het hoofdkantoor van mijn werkgever op de Blaak om met zijn allen een sportontbijt te genieten. Ik niet dus, ik nam zwarte koffie, 3 kopjes. Op tafel stonden verschillende soorten sportdranken, sportrepen, krentenbollen, bananen etc. en iedereen tastte toe en nam extra mee voor onderweg. In een moment van twijfel heb ik een banaan in de band van mijn broek  gestoken. Zien graaien doet graaien. “Je weet maar nooit jochie, en 13km is best lang”, zei de Japie Krekel meerdere keren in mijn hoofd. Op mijn van foto vlak voor het 6km punt op de Erasmusbrug zie je dat ik die banaan nog bij me heb (geen grapjes over de bobbel in de broek a.u.b.). Zo rond 10.00 vertrokken de verschillende groepen naar de verschillende wisselpunten per afstand. De groep met de ‘derde’ lopers, waaronder ik zelf vertrok met de bus naar de Dorpsweg op Zuid. Daar aangekomen moesten wij de andere lopers van deel 2 afwachten. De eerste lopers vertrokken om 10:30 van de Coolsingel. Ik werd pas afgelost om 12:50 uur, dus na meer als 2,5 uur kou lijden in een ijskoude snijdende wind die over de Dorpsweg gierde. Gelukkig kon ik de jas en broek van mijn tweede loopster, die zij mij had meegegeven om zich warm aan te kleden na haar 10km, over mijn kleren aantrekken. Uiteindelijk begon ik toch redelijk koud en stram aan mijn 13km stukje, vol goede moed, en ik moet zeggen welgemutst (mooie oranje pet) aansluiten bij een groep andere marathonners. Kalm aan en rustig beginnen zei mijn meefietsende skeelervriendinnetje meerdere malen. Ik herinner me nog dat ik onderweg riep: “Is dit alles, het gaat hartstikke makkelijk”, maar ja het was nog ver. Met in mijn gedachten de Erasmusbrug op ca. 6km, met een snoei harde tegenwind als scherprechter van de marathon, bewaarde ik mijn ‘cool’ en hield me rustig. Eén keer lied ik me verleiden door een versnelling omdat iemand mij inhaalde. Kan er niks aan doen hé, jonge hond dat ik ben. Maar ook die versnelling ging super. 3km lang heb ik achter 2 dames (zwart T-shirt met tekst ‘Matties’) gelopen die voor 4:30 en een beetje gingen. Ze liepen zoveel minuten per km en zus en zo en x pace per mile. Het duurde even voor ik dat omgerekend had in km per uur en mijn trouw meefietsende skeelervriendinnetje bevestigde de snelheid, tussen 9 en 10km/uur. Te langzaam want ik had aangekondigd 1:15 te lopen over die 13km, maar ook ver vóór 14:00 uur de laatste loper van onze groep het estafettelintje te overhandigen opdat we een finishtijd van tussen 4:10 en 4:15 zouden halen, wat wij hadden uitgerekend als zijnde ‘niet het laatste Caldic team’. Maar ja, twee dingen werkten niet mee. Onze eerste loopster van onze groep had een astma-aanval gehad en kwam 15 minuten later aan dan uitgerekend en die had de tweede loopster niet veel goed kunnen maken en die vermaledijde Erasmusbrug lag nog voor mij, rustig en geduldig wachtend als een krokodil die wacht op de jaarlijkse trek van de gnoe’s. Een klein versnellinkje, even proberen, voor mezelf. Bij de ravitaillering een beker water genomen. Hardlopen en drinken gaan niet samen, dus even een paar wandelpassen om die paar slokken naar binnen te werken en dan weer snel verder gaan. Gauw een klein stukje kant-en-klaar-gepelde banaan meegepikt van de tafel, maar daar kreeg ik spijt van, want al hardlopende kon ik ook nauwelijks kauwen.
De Brug.

De brug lag voor me en tegen alle verwachting liep ik soepel omhoog en moest me zelf inhouden om niet te hard naar beneden te lopen. Nog een hindernis, de tunnel onder de Blaak, maar daaruit omhoog dravend (geweldige drum- percussieband daar) wist ik t zeker: “ik heb de benen en ik moet en kan versnellen”. Was even mijn skeelervriendinnetje kwijt, maar één blik naar opzij toen zij daar weer was bevestigde genoeg: “het ging goed, nog steeds!” Boezemweg, Crooswijk, wow wat een publiek, nog maar een keer een ietsje pietsje versnellen voor het juichende en joelende publiek. Nog steeds goede benen, wow, hoe kan dat? Daar kwam het gevreesde Kralingse Bos al aan, met die 3km lange weg met die bocht die maar niet eindigt en waar je het wisselpunt maar niet kan zien. In voorgaande jaren heb ik daar van verschillende collega’s de energielevels diverse keren zien doven als een nachtkaars. Géén optie voor mij en ik gooide er nog een schep bovenop. “Dat moest, en dat moest, en dat zal en dat moet kunnen want het einde van mijn 13km was in zicht”. Het gekke is dat ik gedragen werd door de gedachte dat ik goede benen had en doordat je zoveel mensen inhaalde, werd dat gevoel alleen maar versterkt en draafde ik door en door, in lange passen en een voor mijn doen hoog ritme. Nu moet toch de man met de hamer komen, nu moet de brandstof toch op zijn? Nee, ik had nog genoeg om ook die laatste km er uit te persen en mijn collega met het lintje weg te sturen. Nu ging mijn banaantje eraan en een halve Twix er achter aan. Mijn tijd over 13km 1:05:00 dus iets meer als 12km/uur gemiddeld. Dan moet dat laatste stuk echt boven de 13km per uur zijn geweest concludeerde een beter calculerende collega snel. Eindtijd van ons team totaal 4:17:20 en dus waren wij van de bedrijfsteams de “winnaar van de aanmoedigingsprijs”. Van het laatste wisselpunt af op de oude fiets van mijn zo juist op weg gestuurde collega naar kantoor op de Blaak gefietst, onderwijl hem een paar keer van de kant aanmoedigend toejuichend. Lekker douchen in het geregelde hotel, dan met zijn allen afbieren (6 weken geen biertje gedronken = ook graszaad hé) en met zijn allen naar de Pizzeria. Herstelbiertje? Moet kunnen na 6 weken….zonder kerosine, zonder suiker of zetmeel uit graanproducten. 6 weken op een brandstof uit vetten en proteïnen uit vlees en vis, salades en groenten, knollen en kolen, noten en pitten en fruit. 6 weken zonder snelle brandstof waarbij de kerosine staat voor suiker en zetmeel, met als apotheose een 13km prestatieloop gelopen op het energie equivalent van een houtvuurtje, in vergelijking dan tot de kerosine.
Spierpijn.

Ja spierpijn heb ik natuurlijk wel gehad. Veel te weinig getraind op hardlopen natuurlijk, maar na 3 dagen was het ergste wel voorbij en op donderdag zat ik alweer op de spinningbike.

Advertenties

Over Marin

working as a product manager in the international food industry, inline skater,speed skater, bicyclist
Dit bericht werd geplaatst in aging, low carb diet, paleo, Uncategorized, voeding en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s