Reactie op ode aan E-nummers

Enige tijd geleden, werd bij mij op het werk  het  artikel  van  Rosanne Hertzberger  uit de Volkskrant doorgestuurd: “Ode aan E-nummer”. Wat zij zegt over E-nummers, hoe tenenkrommend de tendentie ook is, daar kan ik het een klein beetje mee eens zijn. E-nummers zijn zeer goed onderzochte additieven en sommige E-nummers zijn ook gewoon natuurlijk. Iedereen kent het verhaal dat een doorsnee tomaat alleen al 14 E-nummers bevat, echter die zijn er van natuurwege ingekomen en hoeven we niet te declareren. En wat is natuurlijk nu helemaal? Alles is chemisch, ook de natuur! Mijn collega benadrukte nog eens dat een andere geluid over E-nummers ook wel eens goed kan zijn. Daar kan ik het mee eens zijn, echter de manier waarop dit is gebeurd zal naar mijn menig  een  averechtse uitwerking  hebben. De tegenstanders van E-nummers, zullen namelijk bij dit soort voor E-nummerpositieve geluiden alleen maar meer de hakken in het zand zetten. De reden is dat gevestigde denkwijzen nogal eens hardnekkig kunnen zijn. De discussie over of E-nummers goed zijn of niet is daarom heel moeilijk en wordt niet altijd met het belang van de tegenpartij in het oog gevoerd. In tegendeel: hoe harder er wordt geroepen hoe minder men het andere geluid hoort…. Daarbij is er sinds de introductie van de supermarkt in de jaren zestig en opkomst van de mtomaatjeserken een te groot onderling financieel belang en afhankelijkheid ontstaan voor fabrikanten, winkeliers,  onderzoekers (hun werk moet gefinancierd worden) en de farmaceutische industrie en daarmee wordt de geloofwaardigheid van de voedingsindustrie, zo dier nog is, verder ondermijnd.

Miljarden Euro’s

Rosanne merkt in haar artikel ook op dat er ‘miljarden Euro’s en manuren worden verspild in de voedingsindustrie aan het vervangen van E-nummers welke van zich zelf niet dubieus zijn (a, ha,  er zijn dus wel dubieuze E-nummers!), behalve dan  dat de dames van de Green Happiness of een stelletje andere dieetgoeroes  er onrust over zaaien. Lieve lezertjes: het maakt niet uit of mijn collega en Rosanne  gelijk hebben of niet. Producten E-nummer vrij maken, Clean Label, Clear Label of Window Washing is gewoon werk, het levert nieuwe producten op, die schildbewuste consumenten graag willen en als we dat goed doen,  uiteindelijk ook vette business met de bijbehorende Eurootjes.  Zo, de “what’s in it for me” vraag is ook gesteld. Over vet heb ik het nog een andere keer, daar vliegen de voor- en tegen standers elkaar op dit moment in de haren.

Als ze maar over je lullen

Bij mij en menig ander werkt de manier waarop Rosanne om aandacht vraagt  de nodige irritatie op. Er zal wel weer een  boek gepromoot moeten worden of zo!  Dat ze op deze manier uitnodigingen wilde forceren  van onze nationale talkshow  kijkcijferkanjerkanonnen  Humberto of Jinek is overduidelijk.  Dit artikel van Rosanne laat maar weer eens klip en klaar zien dat  hoe extremer je standpunt is,  hoe meer aandacht je krijgt! De aloude reclameregel: “het maakt niet hoe dat ze over je lullen, als ze maar over je lullen” is niet voor niets een aloude regel. Maar elke keer bij dit soort tendentieuze berichtgeving vraag ik me dan weer af: wat heb ik daaraan, of de levensmiddelenproducenten en uiteindelijk de gewone burger?

Er komt dagelijks  veel ‘nepnieuws’ langs over voeding. Dat is niet alleen aan de (Amerikaanse) politiek gegeven. De pers publiceert graag en doet dit vaak onjuist of met onnodig pakkende koppen, de zogenaamde ‘click baits’, of halen een stukje tekst totaal uit de context, omdat ze geen wetenschappelijk onderzoek kunnen of willen lezen.

En de consument zelf?  Die is allang het geloof en vertrouwen in de voedingsindustrie verloren. Geen wonder dat de zelfbenoemde dieetgoeroes goede zaken doen en Fajah Lourens boek in de bestseller top 10 is beland.

Rosanne zet zich af tegen al die zelfbenoemde experts, maar haar extreme manier van reageren is net zo extreem als  dat van deze zelfbenoemde experts. Rosanne zegt nadrukkelijk zelf de voorkeur te geven  aan fabriekseten, houdt niet van koken, vindt dat zelfs voedselverspilling, dist de biologische voeding en noemt vers eten minder duurzaam`.

Rosanne is eigenlijk zelf net zo’n zelfbenoemde expert, immers ze is geen erkend diëtiste en dus niet opgeleid in het geven van voedingsadvies, maar ze is er wel van overtuigd dat voeding uit de fabriek de beste keuze voor iedereen is. Het Voedingscentrum, het officiële  orgaan voor richtlijnen over voeding in Nederland,  is dat niet met haar eens. Eén van de uitgangspunten volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf (pagina 21) om een product al dan niet op te nemen in de nieuwe Schijf van Vijf is de bewerkingsgraad. Daarbij wordt zowel gekeken naar de bewerkingsgraad als naar de toevoegingen. Die worden in de richtlijnen ook benoemd per productgroep. Afijn, zoek zelf maar op.

Sell, sell, sell!!!

Conclusie

  • E-nummers zijn , gezien vanuit officieel standpunt, niet schadelijk, maar…
  • Vers heeft de voorkeur.
  • Dat de industrie de E-nummers graag uit de voeding haalt is, gezien bovenstaande misschien hartstikke onnodig, maar wel een lucratieve business waar veel mensen hun brood mee verdienen.
  • Als de Nederlandse consument in de toekomst alleen maar kant-en-klare en bewerkte voeding  zou eten nooit meer zou koken  en alleen maar eten zou opwarmen  in de magnetron of oven en nooit meer verse producten zou  eten, dan zullen we in de levensmiddelenindustrie gouden zaken doen en zal ook Big Pharma hiervan profiteren. Een klassieke Win-Win situatie. Ik voorzie groeicijfers van onze economie die hoger rijken dan de Euromast. Ik quote de ‘Wolf of  Wallstreet’: “sell sell sell!!!”

 

Marin

Geplaatst in aging, Uncategorized, voeding | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

De “het dragen van een helm met skaten of schaatsen angst”

De “het dragen van een helm met skaten of schaatsen angst”

Het is 2010. Ik sta met mijn racefiets in m’n strakke pakje achter in de steeg. Ik moet nog de straat op waar iedereen me kan zien. Een beetje zenuwachtig frunnikend aan de kin- en afstelbandjes van m’n fietshelm. En dan, in een krachtige beweging, resoluut, zwaai ik mijn been over het zadel en klik mijn net zo strakke fietsschoentjes in de klikpedalen en fiets de openbaarheid van de straat in. Elk moment, op elke straathoek verwacht ik het commentaar. “Oh wat genant”. “Dat ziet er toch niet uit”. “Purno de Purno”.

Waar de professionele wielerwereld al in 2003 was overgestapt op het dragen van een fietshelm, was dit bij de recreanten nog lang geen gemeengoed. Koudwatervrees, de angst om echt voor lul te staan? Ik denk het laatste. Nu was ervan de week weer de een of andere goeroe in het nieuws die een therapie had verzonnen waarbij je je grootste angst bewust moest ondergaan, om er dan definitief van verlost te zijn. Als ik me het goed herinner ging het erover dat als  je bang bent dat je er niet uitziet en dan trek je de jas binnenste buiten aan, of je laat een stuk wc-papier uit je broek hangen en achter je aan slepen. Je bent subiet van je angst verlost en hebt in het vervolg schijt aan de rest van de wereld.

Voor de duidelijkheid: ondertussen rijden de meeste recreanten op de racefiets met een helm en zie je nog maar een enkeling zonder en die wordt dan vreemd nagestaard. Dat is met wielrennen. Hoe anders is dit met inline skaten en met schaatsen?

De “het dragen van een helm met skaten of schaatsen angst” is volgens mij ook zo’n ‘Purno de Purno’ angst. Bang dat je er niet uitziet en dat de rest van de wereld je zal becommentariëren.

Wij mensen hebben  geen goede relatie met veiligheid.  Die beleven we namelijk allemaal veel  te subjectief. “ik val geen gat in mijn hersens”. “Ik krijg nooit een ongeluk”. De wat ouderen onder ons herinneren zich vast nog het verplicht stellen van de autogordel (naleving van die regel duurde tientallen jaren, maar nu draagt iedereen hem), de helmplicht voor brommers, het verplichte kinderzitje en ophogertje in de auto en ga zo maar door. De overheid moest er aan te pas komen om dit af te dwingen. Bij wielrenners is die transitie van helm loos naar helm dragend er vanzelf gekomen. Hoe anders is dat met skaten en schaatsen. Op straat en op de ijsbanen, en al helemaal niet wanneer er natuurijs ligt, zie je nauwelijks mensen met een helm rijden. Het overgrote deel van de letsels bij schaatsen is een hoofdletsel.

Bij wedstrijd inline-skaters en marathonschaatsers is de helm inmiddels verplicht geworden. Zo langzamerhand zie je op publieksuren op de schaatsbaan steeds meer mensen, hoewel schoorvoetend, met een helm verschijnen. Mijn idee: hoe meer mensen met een helm gaan rijden, hoe minder eng het wordt, hoe minder we het gevoel hebben dat we met helm voor lul rijden. En als we dan voor lul rijden, laten we het dan met zijn allen doen, dan is dat ook weer opgelost. Zo iets als voor het eerst naar de sauna. De eerste blote mens is even wennen, heb je er binnen enkele minuten al tientallen gezien, dan valt wat daar allemaal bungelt  en schud nauwelijks nog op en ben je van je angst verlost.

Draag bescherming: draag minstens een helm en verder beschermers aan hand, knie en elleboog. Rij veilig!

Foto credits: Fotografie Melaniemarin - helm

Geplaatst in fietsen, skeeleren, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van kruk naar crack

Van kruk
Toen ik als veertig jarige voor het eerst een paar inline-skates aantrok , was ik niet direct een crack. Als kind had ik wel eens geschaatst op ijs en op ouderwetse rolschaatsen met 2×2 wielen die je onder je schoenen bond rond gereden, maar veel gelijkenis met d$_82ie moderne skates op 4 wielen in 1 lijn, ook wel inline-skates of skeelers genoemd had dit niet. Niet echt. De eerste de beste paar skeelers die ik aantrok in de winkel, deed me dan ook direct ondersteboven in de kledingrekken belanden. “Misschien dat je eerst een paar lessen moet nemen”, opperde de winkelmedewerker nog voorzichtig..

Naar crack

Mijn naam is Marin. Inmiddels ben ik gediplomeerd schaats- en skeelertrainer bij ‘de’ schaatsclub van Gouda en bij Schaatsschool Duosport in Utrecht en geef gedurende de zomer wekelijks inline-skate beginnerslessen bij Marinskate, mijn eigen skateschool. Naast de beginnerslessen begeleiden we bij Marinskate twee verschillende toergroepen, waarmee we heerlijk door de polders rondom Gouda toeren. Bij al deze activiteiten wordt ik enthousiast bijgestaan door de immer vrolijke Tineke, eveneens gediplomeerd en van vele markten thuis, maar net als ik ooit begonnen met de eerste bskeelersasis principes van het inline-skaten. Tussen al die activiteiten door vinden we ook nog de tijd om in de weekends lange toertochten te rijden of af en toe mee te doen aan de regionale marathon competitie. Gezamenlijk hebben we meer dan 25 jaar ervaring in het geven van schaats- en inline-skatelessen. En waarom doen we dit allemaal? Gewoon omdat we er zelf enorm veel plezier aan beleven.

Hoe?

Op dit blog wil ik met de lezers wat inzichten met betrekking tot de basis vaardigheden van het skaten (skeeleren) en schaatsen delen. Hoe rem ik in godsnaam met / zonder een remblokje? Hoe kom ik over een brug en weer veilig naar beneden? Hoe kan ik harder / verder rijden? Waarom kan ik niet goed skeeleren terwijl ik toch goed kan schaatsen? Waarom kan ik niet goed schaatsen, terwijl ik toch goed kan skeeleren?

Ten ijs / ten asfalt?

Hoe kom ik goed beslagen ten ijs / ten asfalt? Naast de techniek van het rijden, geven we af en toe, gevraagd of ongevraagd ook kritiek op de materiaalkeuzes van skhouten schaatsenates/skeelers en schaatsen van mensen. Dit proberen we zo nuchter en helder mogelijk te doen. Doordat we beiden in ruime mate ook winkelervaring (schaats- en skeelerwinkel) hebben, kunnen we goed inschatten wat voor soort skate/skeeler/schaats bij welk soort mens hoort.

Binnenkort meer van dit alles….

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zoevend over asfalt de lente in

skeelersJe herinnert je vast nog wel dat je bij ons, of bij een andere skate-school zoveel  heerlijke en gezellige skate-lessen gevolgd hebt. met het idee lekker te veel gaan toeren op je skates. Zoevend over asfalt, tijdens lange zomeravonden. Heb je dat plaatje in je hoofd?

 

Stok achter de deur

Uit onze eigen ervaring weten we dat je met een goed voornemen en voldoende motivatie alleen er nog niet bent. Je hebt skaten geleerd maar zoals zoveel mensen ontdek je dat in je eentje sporten minder gezellig is. Het gevolg: steeds minder motivatie om te gaan skaten. Je mist structuur, een vaste avond en tijd en de spreekwoordelijke stok achter de deur.  Iets wat je uiteraard van te voren niet bedacht had. Toch?Je hoeft je niet te schamen,  je bent echt niet de enige!

Skeelometers maken

Daarom hebben we voor een aantal gelijkgestemde mensen de toergroepen bedacht. Zowel op  dinsdag (beginners)  als op donderdag (gevorderd) hebben we gemêleerde  toergroepen. Gezellig met de groep, samen uit, samen thuis, lekker veel skeelometers maken met in iedere week zo veel mogelijk afwisselende routes. We hebben in en rondom Gouda verschillende vertrekpunten en routes. Routes met voornamelijk goed en veilig asfalt die we van te voren hebben gecontroleerd op goede berijdbaarheid.

Conditie op niveau

De eerste paar weken frissen we nog even de basistechnieken op en leren we je het rijden in een groepje.  Vervolgens, met het langer worden van de avonden in de zomer, rijden we iedere week een stukje verder. Door het gezamenlijk rijden neemt je conditie en je vaardigheid snel en gemakkelijk toe en kom je steeds beter in vorm. We brengen differentiatie aan per avond, zodat het voor iedereen op haar / zijn niveau uitdagend maar toch haalbaar blijft.

We starten in week 4, dinsdagavond 14 april ……en stoppen weer eind september, wat neerkomt op ongeveer 20 avonden rollen.
Skeelers uit het stof
Zoals ze bij schaatsen zeggen haal ze maar uit het vet, roepen wij de eerste lentedag: “haal de skeelers maar uit het stof!”.
Tot ziens bij Marinskate
marin - helm

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Plantaardige proteïnen trending?

Plantaardige proteïnen trending?

Zo nu en dan zie je in de media twee berichten kort achter elkaar, die wanneer je ze nauwkeuriger bestudeert heel veel raakvlakken tonen en tegelijkertijd perspectieven bieden op nieuwe kansen. Zo kopte het EVMI onlangs dat supermarktketen Jumbo, in navolging van Albert Heijn, zich aansluit bij de Green Protein Alliance en vroegen de Amerikaanse professor psychologie Paul Rozin en nutritionist David Katz zich met een filmpje op YouTube  (Why Is It “Manly” To Eat Meat? — Gut Check https://youtu.be/RTK-ajQUGzs ) af of vleeseten een “mannending”  was. Ik wil hier niet uitgebreid op het filmpje ingaan, maar ogenschijnlijk is groen eten  een “vrouwending” en wordt “groen” hier door ’s lands twee grootste retailers als de meest duurzame oplossing voor onze planeet gezien. Als de twee grootste supermarktketens van Nederland dit doen, zal de rest niet willen achterblijven. De Green Protein Alliance staat voor een transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, naar een samenleving die voor haar eiwitbehoefte zorg draagt door middel van duurzame, plantaardige bronnen

Framing

Opvallend is de marktbenadering van bedrijven die deze weg al zijn ingeslagen. Veganisme en vegetarisme zijn hierbij de oude labels. Groen en duurzaam zijn de termen van deze tijd. Ze zijn lifestyle en zijn niet van dingen laten en ontberen, maar van dingen om aan te werken , waar je moeite voor moet doen, maar wat soms niet lukt omdat we allemaal mensen zijn.  De framing is duidelijk  anders  dan bij vegetarisch en dat vind je ook terug in de woordkeuze: Green, happy, healthy……

Vrouwending

Groen eten wordt wel eens gezien als  een “vrouwending” . Is dat erg? Nee. Vrouwen maken meer dan de helft  van de bevolking uit en zijn nog steeds de nummer 1  decision maker bij de dagelijkse boodschappen en alleen al daarom zijn plantaardig, groen en duurzaam  de weg van de toekomst. Dus dames en heren levensmiddeltechnologen, zet  de deur maar wagenwijd open, voor groen!

Peultjes

Peulvruchten worden gezien als een van de belangrijkste alternatieve eiwitbronnen. Peulvruchten bevatten veel voedingstoffen, vitaminen en mineralen. De belangrijkste zijn plantaardige eiwitten en vezels. We weten allemaal dat we meer vezels moeten eten en dat ze goed zijn voor een goede stoelgang. Recente studies hebben aangetoond dat een dieet rijk aan vezels kan helpen de bloedglucosespiegel en de hoeveelheid insuline te verlagen. Twee cruciale indicatoren voor mensen die diabeet of pre-diabeet zijn. Daarnaast kunnen vezels het risico op hart- en vaatziekten verminderen.

Smaak

Over smaak valt niet te twisten. Het grappige is dat als je met productontwikkelaars spreekt, de eerste tegenwerping tegen het inzetten van plantaardige eiwitten de smaak is, terwijl als je er consumenten over hoort spreken, die andere smaak juist in de lijn der verwachting ligt. Groen, duurzaam en plantaardig is nu eenmaal anders. De referentie vlees en zuivel moeten we loslaten. Punt.

Daarom moeten we ons niet alleen focussen op alleen plantaardige eiwitten of alleen vezels, maar op  groen en duurzaam. Dat idee moet  in Nederland nog even wortel  schieten, maar wanneer dat gebeurt, in het huidige klimaat, staat niets een goede groei in de weg.

Mooie subsidies en geldprijzen te winnen!

Als klap op de vuurpijl gaf Staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken op 16 februari het startschot voor de New Food Challenge. Via een SBIR-oproep daagt hij (startende) bedrijven uit om aantrekkelijke nieuwe voedselproducten op basis van plantaardige eiwitten te ontwikkelen.

Met dit plan beoogt de staatssecretaris zo snel mogelijk de meest creatieve ideeën voor levensmiddelen gemaakt van bijvoorbeeld peulvruchten, noten, paddenstoelen of zeewier te belonen met grote geldprijzen in het kader van de SBIR. Aan het einde van het SBIR-traject kunnen de winnende bedrijven met hun projecten  een aanzienlijk geldbedrag verdienen en daarmee hun product op de markt brengen.

Hamvraag

Ik ben een voorstander van echt eten en niet van in elkaar geknutselde dingen. Een groot deel van de Nederlanders moet het echter met het laatste doen. De vegetarische hamvraag wordt dan natuurlijk: worden we met zijn allen, als Nederlanders, door dit beleid gezonder, of geven we de levensmiddelindustrie een nieuwe trend om uit te melken?

 

Geplaatst in aging, life, low carb diet, paleo, Uncategorized, voeding | Een reactie plaatsen

Poep op tafel

Poep op tafel

Wat er zich in onze darmen afspeelt is ‘hot’ de laatste tijd. Het boek ‘De Mooie Voedselmachine’ stond 68 weken lang in de CPNB bestsellerlijst. Het onlangs verschenen boek ‘De Poepdokter’ van Nienke Tode-Gottenbos, komt, slechts enkele dagen na lancering , binnen in de top 10 van deze zelfde lijst. Een prestatie normaliter voorbehouden aan bestseller auteurs.

Als we over onze darmen spreken en over spijsvertering, dan denken we aan vezels. Tot voor kort vond ik en velen met mij, het onderwerp vezels niet het meest bruisende en spannende onderwerp. De stoelgang die daarmee verbonden is al helemaal niet. Praat met mensen over vezels en de verveling slaat harder toe dan Venus Williams tegen een tennisbal. De perceptie die de mensen bij vezels hebben is die van gortdroge crackers en volkorenbrood en de hoogstnoodzakelijke poepcheck. Geen onderwerp voor bij de koffieautomaat dus. Hoe anders is het als we het woord prebiotica gebruiken en we spreken over de darmen als ‘tweede brein’? Dan is het onderwerp plots weer salonfähig, en verschijnt het op de tafel bij Humberto Tan’s Late Night. Het boek ‘”De Mooie Voedselmachine” van Giulia Enders werd vorig jaar nog warm aanbevolen door Humberto .

Vers van de ‘drukpers’.

In een hilarische uitzending van RTL’s Late Night (https://youtu.be/xzRO6acQBCQ), met onder andere Frank Lamers, werd vorige week het vers van de ‘drukpers’ verschenen boek ‘De Poepdokter’ van Nienke Tode-Gottenbos besproken. Beide boeken zijn twee voorbeelden welke sprankelend, boeiend en tegelijk begrijpelijk geschreven zijn. Boeiend tot het gaatje!

poepdokter

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De weg op!

De weg op!

Nog voor de Campinakoeien (en Melkunie / Arla koeien, en al die koeien van ambachtelijk en / of biologische boeren: moet geen reclame gaan maken) de wei in mogen, nog ver voor de eerste officieuze rokjesdag (wijlen Martin Bril), sta ik altijd weer te popelen om mijn schaatsen in het vet te zetten en met m’n skates de polder in te sjezen. De traditie heet het namelijk, om met het invallen van de zomertijd, met een vriendenclubje de maandagavonden na het werk te gaan rollen. De weg op! Tja, en tussen half maart en de laatste keer op schaatsen en het invallen van de zomertijd zitten altijd nog een paar weken….

Second skin

Noem het gekkenwerk, noem het liefde voor het skaten, maar ik kan gewoon niet wachten tot die eerste officiële avond met wat langer licht en probeer altijd als één van de eersten, geheel officieus, de staat van de (verlichte) fietspaden langs de A12 te controleren. Hoe heeft ‘t asfalt de winter doorstaan? Zijn er stukken opgebroken, is er nieuw asfalt gelegd etc? Gewapend met reflecterende hesjes, verstralers en opkliklampjes op de helm. Met de oude wieltjes en oude lagers van het vorige seizoen (er ligt vast nog pekel en zand en ander schuurmiddel op die fietspaden) in het frame probeer ik weer in die oude vertrouwde slag te komen. Gekkenwerk natuurlijk, want in het donker zie je steentjes, afgewaaide boomtakken, plakkaten dikke landbouwklei of zwart veen nauwelijks op tijd aankomen en voor dat je het weet lig je in een vloek en een zucht op het asfalt om je eerste “second skin” voor het nieuwe seizoen te kweken..

Zomertijd.

Maar ja, nu is het dan eindelijk zomertijd en als het kriebelt, en dat doet ‘t, wil je maar één ding, en dat is je natuur volgen: “skaten”! Tegelijkertijd zorgt het heerlijke lentezonnetje over dag, en van achter het glas van je kantoor voor twijfels en terecht. Het koelt ’s-avonds behoorlijk af en de korte broek is te kort en te koud en de schaatsthermo lijkt dan toch het beste kledingstuk.

Woei.

Het is niet alleen koud, die eerste officiële keer, met ons vaste groepje, maar ook de woei speelt heerlijk mee, getuige de vrolijk wiekende en wenkende windmolens bij Moerkapelle. Toch is het lekker, deze periode van het jaar. De wind is fris, maar daar kun je op kleden. De lucht die je ademt voelt even goed fris en dat is een verademing na een dag binnen werken. Geen pollen, geen stof, geen smog, maar een lekkere noordnoordwestelijke zeebries en onze cadans. Om ons heen valt nog niet veel te zien. Nauwelijks racefietsers, al helemaal geen recreatieve. Geen koeien in de wei, geen bloemetjes in de berm en de bomen zijn nog kaal en zonder knoppen of uitlopers. Maar, het bleke avondzonnetje doet flink zijn best om het ons naar de zin te maken en dat doet het. Smaakt altijd naar meer zo’n avond….

Met de wind eerst stevig tegen en later weer lekker voortvarend in de rug rijden we ons eerste rondje van 24 km in krap een uurtje. Tikken nog een keertje 32,9/km uur aan en dat geeft het juiste “start van het seizoen gevoel”.

Lekker moe en lekker voldaan, thuis, met een kopje herstelthee, maar weer gauw gekeken op schaatsen.nl de kalender van de KNSB, en checken op de leukste toertochten en marathons.

Geplaatst in aging, fietsen, life, skeeleren | Een reactie plaatsen

Even aan je kop zeuren…

“Kijk, hier ligt mijn zwager. Nou ja niet letterlijk dan, maar het  is wel zijn as welke daar is uitgestrooid en daar bovenop is door de familie en vrienden  zijn  herinneringsboom geplant”.  Ahum, toch wel letterlijk dus Kwaak? Ja. Ja, bij nader inzien toch wel, want  hij, in dit geval zijn stoffelijke resten,  ligt daar wel degelijk te leggen en tegen de verkeerde kant  van het gras aan te kijken, zoals ze in Rotterdam plegen te zeggen.

Trauma helikopter

Mijn zwager had een wel helm, maar voor de zoveelste  keer, eventjes langs zijn werk op zijn racefiets, had hij ‘m niet op en na een onoplettend momentje, een vrachtwagen  en een noodstop vloog hij door de lucht en kwam met zijn hoofd net iets teveel verkeerd neer. Gele trauma helikopter, coma, langdurige ziekenhuisopname, diverse operaties, revalidatie, begeleid wonen en nooit meer dezelfde zwager als voor ’t ongeluk. Nooit meer dezelfde voor ons en al helemaal nooit meer dezelfde voor zijn gezin. Een aantal jaren later, is hij alsnog overleden aan de verlate complicaties van dit ongeval. Had dit voorkomen kunnen worden als hij wel een helm had gedragen  vraag ik u? Als, als, als als, ach ja als…Als ik die vraag aan de chirurg in het ziekenhuis had gesteld dan was daaar vast een antwoord geweest in de trent van dat fietshelmen de kans op hoofdletsel met zo’n 42 procent reduceren. Dat zegt veel en tegelijkertijd ook weer weinig.

45 something

Van de vaste zondagse pedaleurs die ik op mijn ritje op mijn oude Koog tegenkom draagt zo’n driekwart een helm. Een kwart draagt dus geen helm en het viel mij op dat dit vooral de “oudere” mannen (45 something) waren. Heel herkenbaar hoor, die mannen, grijze lokken, buikjes , bijna zonder uitzondering allemaal goed gesoigneerd en  op puike gloed nagelnieuwe high end karretjes, say no more, say no more…. Aan het geld zal het dus niet liggen dat ze zich geen helm kunnen  veroorloven. Is het die generatie dan, die kenmerkende eigenschap van de oudere jongere die opgroeide in de jaren ’70, altijd in opstand tegen het establishment, de jongere die altijd alles beter wist dan de bourgeoisie?  Is het ijdelheid: ”mij zal je niet zien met zo’n domme helm” of is het dat rotsvaste vertrouwen, “er steken geen kinderen onverwachts  over en er komen geen auto’s uit onoverzichtelijke zijstraatjes”,  in hun eigen kunnen?  Wie zal het zeggen.

Moraalridder op kousenvoeten

In het verleden ging ik de discussie nog wel eens aan en heb echt tot in den treure  ieder denkbaar tegenargument  gehoord (echt!). Ik ben er de man niet naar om van andermans kopzorgen mijn kopzorgen te maken en de moraalridder te spelen, toen niet en nu niet, ook al lag het iedere keer op het puntje van mijn tong ze voor te stellen een keer op bezoek te gaan bij mijn zwager.  Gelukkig kon ik me altijd nog verbijten en bij dat op ‘t puntje is het altijd gebleven en, ik geef het toe,  door dit stukje nu pas, postuum,  te schrijven maak ik mij er vast mee af als een moraalridder op kousenvoeten.

Altijd

De meeste jongere rijders  hebben zich aangeleerd altijd  helm  op te zetten. Het hoort er nu eenmaal gewoon bij, bij het wielrennen. Zo ook bij het inline-skaten.  Bij onze schaatsclub en daarbuiten. Ook bij ons in Gouda ging dit aanvankelijk niet vanzelfsprekend. We hebben daar eerst wel een regel en een punt van gemaakt en dat doen we soms nog, maar over het algemeen is het nu door iedereen op en rond onze club aanvaard. Een helm dragen is vanzelfsprekend geworden en zeker  onder de jongere rijders  net zo gewoon  als betalen met de pinpas, reizen met de OV-chipcard en altijd en overal internetten op de mobiel.

Blijft nog over dat ene laatste bastion van snelheidsporten met extreem hoog risico op ernstig hoofdletsel: onze volkssport nummer 1, ons schaatsen!

KNSB

Dit bedacht ik me toen ik laatst op de ijsbaan in Utrecht te midden  in een treintje op het ijs een schaatser met een helm zag. Mijn volkomen niet representatieve  persoonlijke mini-enquête terplekke op de ijsbaan laat zien dat, wanneer gevraagd aan jongeren en gevraagd aan leeftijdsgenoten of dat ze  een helm zouden gaan dragen als de KNSB dat zou vragen, komt aardig overeen met bovenstaande. De jongere ondervraagden zeiden allemaal geen bezwaar te hebben, als de KNSB dat voorschreef. De leeftijdsgenoten waren meer verdeeld. Sommigen wel en sommigen niet. Ondertussen was er weer een rode vlek op de ijsbaan bijgekomen en reed de brancard langs de boarding op weg naar de uitgang. Dit maakte diepe indruk bij mijn  groep schaatscursisten. Op dezelfde vraag in mijn  groep werd alleen maar instemmend geknikt. “Ja een helm zou, zeker voor ons, wel een heel goed idee zijn”.

Hoofdletsel Sporten

Rij en glij voorzichtig deze winter en installeer vooral op je mobiel  de handige app  ‘Hoofdletsel Sporten’ gelanceerd door Veiligheid.nl  samen met haar partners NOC*NSF, KNVB, Hersenstichting Nederland, KNHB, Vereniging voor Sportgeneeskunde en het Nederlandse Rode Kruis. Met deze app kun je hoofd- en hersenletsel tijdens het sporten stap voor stap signaleren. Bovendien geeft de app heldere adviezen om ernstiger gevolgen te voorkomen. Kijk op Google Play.

Naschrift:

  • Shorttrackers en inline-skaters dragen al jaren een helm en laatst bij een proefwedstrijdje mass-start in Heerenveen droegen alle langebaan schaatsers een helm en dat laatste viel me pas op toen ze al halverwege de wedstrijd waren. Dus zo raar is het nog niet. In ieder geval voor mij niet, laten we het daar maar op houden. De KNSB heeft in ieder geval dit ‘nieuwe’ onderdeel van het langebaan schaatsen aangegrepen om dit als een voorschrift in het regelement op te nemen.
  • Ervaringen mountainbikers en wielrenners bij ongevallen. Wat werkelijke data op een rij:
    • Man, 45 jaar, wielrenner, gevallen door gat in wegdek, hoofdwond behaarde hoofdhuid, behandeling op afdeling Spoedeisende Hulp.
    • Man, 49 jaar, wielrenner, gevallen door overstekende hond, licht hersen- en schedelletsel, 2 opnamedagen, 73 verzuimdagen.
    • Man, 50 jaar, wielrenner, tegen autodeur gefietst, schedelfractuur, 19 opnamedagen, 112 verzuimdagen.
    • Man, 44 jaar, gevallen door vallende bidon, ernstig hersen- en schedelletsel, 8 opnamedagen, 112 verzuimdagen.
    • Man, 48 jaar, mountainbiker, wiel sloeg dwars tegen boomstronk, open wond, behandeling op de afdeling Spoedeisende hulp, 10 verzuimdagen.
    • Man, 62 jaar, mountainbiker, niet gezien door auto en geschept, open wond, 3 opnamedagen, 56 verzuimdagen.
    • Man, 25 jaar, mountainbiker, over kop geslagen, ernstig hersen- en schedelletsel, 26 opnamedagen, 65 verzuimdagen
  • Ervaringen skeeleren / inline-skaten:
    • De wedstrijdrijders en de clubs en skate-scholen geven al jaren het goede voorbeeld en ook in KNSB toertochten, met uitzondering van de night skates, is er helmplicht. Dit leidt er toe dat steeds meer recreanten uit zich zelf al het goede voorbeeld volgen.
  • Ervaringen schaatsen
    • Gemiddeld worden per jaar 80 schaatsers opgenomen met ernstig hoofletsel en dat is nog wel bij winters zonder natuurijs. De incidentie ligt op 67 ongevallen per 100.000 sporturen terwijl dat bij overige sporten 8,7 per 100.000 sporturen is.
    • Note: Als alle profs, schaatsclubs en schaatsscholen en natuurlijk alle andere wedstrijdrijders het ‘goede’ voorbeeld zouden geven, zouden er denk ik meer recreanten met helm gaan rijden.
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Billen en tikken

Schaatsbillen

Het is dat ik een tijdje geleden op de ijsbaan een woest naar achteren slaande vrouw verderop in het treintje voor me zag rijden, anders was ik hier nooit (nee echt niet!) over begonnen. Schaatsen en billen….

“Ja hèhè”, zal je denken, “daar heb je ‘m weer”. Schaatsers (m/v) in strakke pakken waar de billen goed afgetekend staan: “je begeeft je weer op glad ijs, niet doen!”.

En nee, ik ga het niet hebben over de billen van Sven Kramer of Annette Gerritsen, maar omdat ik vind dat het hier om een zeer essentieel stukje nauwsluitende communicatie op de ijs- of skeelerbaan gaat, waarbij mogelijk veel leed bespaard kan worden, wil ik hier toch een kleine poging wagen. Laat ik het zo zeggen: “ik ben niet zo zeer bang voor een uitglijer op schrift, maar wel voor massale valpartijen op het ijs of asfalt”.

De uitgangspositie, voor mensen die minder bekend zijn met de ijsbaan

Als je schaatst of skeelert, zit je diep en als je diep zit, dan is je blikveld op ongeveer gelijke hoogte van de billen van je voorganger m/v. Zet drie of meerdere rijders achter elkaar en je hebt een treintje waarbij minimaal twee rijders uitzicht hebben op de billen van de voorganger.  Op een doordeweekse schaatsavond op de ijsbaan zijn er honderden toerrijders op de been en er vormen zich al dan niet spontaan schaatstreintjes van 25 tot 30 rijders, die met verschillende snelheden over de ijsbaan razen, de snelsten (herkenbaar aan de diepere zit) aan de binnenkant van de inrijstrook en de iets mindere goden (iets minder diep) net naast de inrijstrook en daar weer naast de minder getrainde en minder ervaren schaatsers (recht op) die veelal “los” rijden en daarnaast en tussendoor ook nog eens de mensen die uitrijden. Het lijkt op het eerste gezicht ietwat chaotisch voor de buitenstaanders en voor de mensen die voor het eerst op een ijsbaan komen, maar het is op de één of andere manier toch redelijk georganiseerd en omdat iedereen dezelfde richting op rijdt, is er behalve het snelheidsverschil relatief weinig gevaar voor aanrijdingen zolang iedereen in zijn of haar baan blijft.

Billen

Billen zijn een sterk communicatiemiddel.  Omdat te beseffen hoef je niet eerst  Desmond  Morris’ “de Naakte Aap” te lezen. Sla een gemiddelde glossy open en de billen slaan bij wijze van spreken om je oren. Loop over een willekeurige straat en de billen van beiderlei kunne worden geshowd en soms ook aangeprezen in strakke jeans, leggings of ander textiel. Billen zijn dus zeer communicatief. Maar, let op, ze zijn niet om zomaar aan te raken. Hoewel het etaleren van al die billen wel een signaalfunctie heeft , bijvoorbeeld: “hé kijk mij eens” of het verkopen van ‘een boodschap van algemeen nut’, moeten we goed beseffen dat dit signaal één richting heeft, van verzender naar ontvanger. Het is dus niet de bedoeling als ontvanger van dit signaal handtastelijk te worden, in ieder geval zo is dat in het dagelijkse leven en in de dagelijkse omgang met elkaar.  Je geeft je collega’s op kantoor nu eenmaal niet zo gauw een tik op de billen, zeker niet in meer een formele omgeving waarbij je tegenwoordig al uit moet kijken met een (troostende of  complimenterende) hand op de schouder.

Anders

Hoe anders is dit in de sport, waar de billen juist de ontvanger zijn van signalen. Je ziet het billentikken onder sporters overal en in bijna iedere denkbare sport. In het honkbal, het basketbal,  maar ook bij het voetbal en het volleybal. Heeft u wel eens een korfbalwedstrijd gezien?  Nergens anders wordt er zoveel bil beroerd en ook nog tussen spelers van ener- en beiderlei kunne. En waarom?  Billen kunnen worden getikt ter ere van iedere mogelijk denkbare reden: een wissel van een speler, als er gescoord is, als iemand een penalty gaat nemen of als troost of geruststelling als iemand juist niet gescoord heeft.  De scheidslijn tussen wat voor een soort tik het is of juist niet is, is moeilijk te zien, maar de interpretatie ligt bij de ontvanger en zolang de gever van de tik de juiste bedoeling uitstraalt of de ontvanger een keer in de ogen kijkt, zal het goed gaan.

Nog meer anders

En dat laatste, het in de ogen kijken van de ontvanger van de billentik, maakt het bij het schaatsen of skeeleren juist weer iets moeilijker. Immers je raast achter elkaar in één lijn over het ijs of asfalt en omkijken nadat je een tik hebt ontvangen maakt het alleen maar gevaarlijker. Waarom worden er dan billentikken gegeven bij het schaatsen?  Ten eerste zijn het geen tikken, maar is het meer, wat wij schaatsers noemen, “het opleggen van de hand”. Ten tweede gaat het niet om een compliment of een troost of een aanmoediging, maar om de veiligheid. De veiligheid van je voorganger, jezelf en de groep waar in je rijdt en verder iedereen om je heen. Waarom en in welke omstandigheden raken schaatsers de billen van hun voorganger dus aan? Meestal is het bij een snelheidsverschil, waarbij rijders of groepen schaatsers door snelheidsverschil (bijvoorbeeld als er ergens voorin de groep geremd wordt) als harmonica naar elkaar toeschuiven en proberen kop-staart botsingen te vermijden. De hand wordt in dit geval dan opgelegd tot ontvanger en gever van de hand dezelfde snelheid hebben aangenomen. Heel vaak wordt het ‘contact’ ook in bochten gezocht waar het opdat moment zo druk is dat meerdere groepen schaatsers op verschillende snelheid elkaar moeten passeren op een plek waar iets minder ruimte is (de bocht) en waardoor er benen worden stilgehouden. NB voor niet schaatsers: het is niet gewenst zo maar uit de rijdende groep te stappen en in een andere baan te komen. Vandaar dat met achter elkaar blijft rijden en dmv de combinatie handje-billen aanrijdingen of erger probeert te voorkomen.

Slaan

Waarom sloeg de dame in de eerste regel van deze blog dan zo woest naar achteren? Ongeschreven regel bij het schaatsen is, dat het aanraken van de voorganger gebeurt op een plek net boven de bil, of bij voorkeur, als de voorganger met de handen op de rug rijdt, op de handen. Regel twee is dat je niet de bil als geheel omvat met je hand in de vorm van een kom met de vingers naar onderen, maar dat je met geopende hand met je vingertoppen omhoog gericht de bil ter hoogte van de onderrug aanraakt. Derde regel is dat je contact verbreekt zodra de snelheid van jou en je voorganger gelijk is. Ingeval van dat je elkaar niet kent of dat de ontvanger van het contact minder ervaren is spreek je wat geruststellende woorden, zoals “gaat goed”, “sorry” etc. Regel vier: je moet niet duwen!  Regel vijf: laat je hand niet onnodig lang op de bil van je voorganger liggen. Hou het kort en zolang als nodig..

Het voorval

In geval van het voorval van hierboven hoorde ik de dame in kwestie zeer boos tegen haar vriendin foeteren over die “vieze” vent die contant aan haar kont zat. “Wat was er dan?” vroeg haar vriendin. “Ja niets, die vent zat constant aan mijn kont, ook al was er niets aan de hand en remde ik niet en ook reedt hij niet heel veel harder, hij zat gewoon iedere keer aan mijn kont zelfs toen ik er wat van zei. Toen ben ik maar gaan meppen”. “Oh, wijs ‘m eens aan, dan kan…” En verder kon ik het gesprek niet meer volgen.

 

Ongewenst

Lijkt mij duidelijk dat de man in kwestie niet besefte dat hij op een ijsbaan was en dat billen op een ijsbaan,  geen uitnodigen sturen naar rijders achter die billen en dat ze dus ook niet vragen om ongewenst contact.

Geplaatst in life, skeeleren, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Test Nagano Gold XBR met Marchese Silver Saya NSX®

20131124_130549-2Ik schrijf doorgaans geen materiaal tests of reviews. Mijn eerdere blog over mijn meer dan 30 jaar ouwe ‘Koog’ kan ik nauwelijks als een materiaal test omschrijven. Toch heb ik gemeend hier mij een keer aan te wagen. Niet alleen om andere schaatsers een beetje houvast te geven wanneer ze menen te denken dat ze andere schaatsen of buizen moeten aanschaffen, maar ook een beetje als dank aan en als reflectie voor mijn grootse sponsor Ben de Bruin van de gelijknamige Schaats- en Skeelersport winkel in Haastrecht. Aldus rij ik nu al twee weken op mijn nieuwe Viking Nagano Gold XBR met Marchese Silver Saya buizen.

Container begrippen.

De keuzes van een schaatser voor een bepaald type schaatsen en buizen is niet alleen terug te voeren op de ogenschijnlijk belangrijkste keuze, de keuze van het materiaal. Andere factoren zoals de omgevingsdruk i.e de mensen van de schaatswinkel waar je altijd komt, wat je ziet op de ijsbanen, waarop rijden de clubhelden en waarop rijden de toppers etc. zijn ook heel erg bepalend voor die ene keuze. “Het ijzer van Marchese gedraagt zich anders dan dat van Viking”, had ik ergens gelezen. Maar wat het verschil pic_1384682763_2dan precies wel of niet is, kunnen de mensen die deze zaken op het Internet posten meestal niet  goed omschrijven. Immers, met vage ‘container’ begrippen als  “meer gevoel in de bochten” en “directere sturing op het rechte eind”,  kun je  als toerrijder en oprechte schaatsrecreant, maar eigenlijk ook als Marathonner of Lange baanschaatser heel erg weinig. Wat wel als een paal boven water staat is dat ieder schaatsijzer van Maple, Viking, Marchese anders is en dat wordt onderschreven door alle schaatsers.

Vertrouwensbreuk.

Maar goed, ik moest wel aan de nieuwe schaats. Ik werd een beetje heel erg gedwongen of ik nu wilde of niet. Ik moest me dus oriënteren op nieuwe schaatsen omdat mijn ouwe trouwe Viking Marathon Mid schaatsen gewoon op waren, aan het einde van hun Latijn, breukergo. De buizen waren aan het randje van wat je nog kon afslijpen en daar boven op was de kuip van de linker schoen  gebroken waardoor je in het bijzonder in de bochten behoorlijk het vertrouwen verloor in je materiaal. Omdat bij schaatsen altijd wordt beweerd dat mens en materiaal één moeten zijn, leidde de breuk in de schoen bij mij tot een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen mijn voeten en Viking. Over deze laatste niks dan lof verder, immers juist dit oude Viking onderstel had mij verder zonder eerder ooit een krimp te hebben gegeven, gedurende de afgelopen 10 jaar, minstens 3x in de week op de kunstijsbaan en op ontelbare natuurijstochten naar behoren ondersteund.

Set-ups

En als je dan op nieuw moet, ga je dan verder op een nieuwe versie van je oude schaatsen, of ga je eens wat anders uit proberen? En als je iets anders gaat proberen, wat dan? Er is zoveel keus uit merken en typen schoenen en buizen dat het haast ondoenlijk is om ze ook daadwerkelijk allemaal uit te proberen. Hoe ga je dit dan zelf onderzoeken en waar ga je beginnen? Normaal gesproken worden de eerste ‘proefritten’ door de meeste aspirant kopers meestal gedaan op internet, op de verschillende schaats- en skeelerfora en de vele websites van schaatswinkels en -producenten. Zo ook bij mij. Er zijn ook veel van die ANWB-achtige testen op internet te vinden, waarbij een consumenten of deskundigen panel verschillende schaatsen (lees schoenen en buizen) achter elkaar test of waar toppers uitspraken doen over hun schaatsen. Tests die bol staan van persoonlijke meningen en ervaringen.  Super hoor, erg goed vaak ook, maar ik heb daar wel mijn vraagtekens bij. Echt super, maar ook ingewikkeld, wordt het pas als je door je favoriete schaatswinkel de mogelijkheid wordt geboden zelf een keer in het echies te gaan proefrijden op een ander buis dan je normaal gewend bent. In dit geval was dat een set Marchese buizen. Tegelijkertijd sta je ook nog eens voor de uitdaging een nieuwe schaatsschoen te kiezen?  Nou zal de gemiddelde niet-schaatser denken: “Waarom is dat dan zo eng, gewoon een paar nieuwe schaatsen? Dat moet toch juist geweldig zijn een paar nieuwe schaatsen (lees: zowel schoenen als buizen)!”  Laat ik het uitleggen. De meeste (top-)schaatsers die willen veranderen beginnen meestal met een oude vertrouwde schoen waarbij ze aanvankelijk alleen maar een nieuwe set buizen gaan testen (of andersom) en bijna nooit beide tegelijk en dat is niet voor niets zo…. En als je dan na afloop leest dat meer dan de helft van de schaatsers na verloop weer tijd terugkeert naar zijn oude set of merk, dan geeft dat te denken toch? En ik stond dus voor de taak zowel mijn schoenen als de buizen vervangen. Zoals gezegd van die ANWB-achtige vergelijkingstest heb ik mijn bedenkingen. Volgens mij is het compleet zinloos om bijvoorbeeld kort na elkaar twee  tot vier keer op verschillende schaatsen te rijden om het verschil te kunnen ervaren. Naar wat algemeen geaccepteerd wordt in de schaatswereld, glijdt elk ijzer anders, is iedere schaatsschoen anders en is dientengevolge elke montage van schoen en buizen tezamen anders, waardoor je ontelbare variaties van schaats set-ups creëert.  En als je het meest essentiële van het schaatsen verandert, dan heb je tijd nodig om hier aan te wennen.  Vaak resulteert dit in aanpassingen maken in je techniek en dit soort aanpassingen heeft nu eenmaal tijd nodig.  Ik ben natuurlijk geen topper. Als redelijk geoefende schaatser heb ik een eigen kenmerkende schaatsslag (mensen zeggen wel eens dat ik dansend over het ijs ga). In de 12-tal jaren dat ik nu schaats ben ik gegroeid in mijn eigen stijl, met alle foutjes en goede dingen die kenmerkend zijn voor mijn manier van rijden. Dit was waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen waarom het testen van slechts 1 paar schaatsen, schoenen en buizen, uitliep op een hele toer. Onbegrijpelijk dat al die mensen in die schaatstests effe in een middagje 4 tot 6 paar schaatsen testen? In mijn geval bijvoorbeeld, had ik echt een aantal ijsuren (6 uur!) nodig om goed te wennen aan het materiaal, mijn techniek aan te passen en om mijn slag en stijl terug te vinden.20131124_130508-2

The equasion

Wat maakt het Marchese Silver Saya onderstel anders? Allereerst is het klapsysteem anders (veer, scharnier) waarbij er heel weinig torsie ruimte is en ligt het scharnierpunt een fractie verder naar voren onder de voet dan de oude Viking set-up. De buizen zijn ca. 4mm langer (ja heren, dames: size matters!) en volgens Marchese zijn ze in het midden flexibeler en op de beide uiteinden stijver (dit voor wat het waard is natuurlijk :-)). Verder is de dekhoogte (hoogte van de schoen boven het ijs) 1cm hoger dan bij mijn ouwe Marathon Mid (zie foto).20131124_125923-2

Steun.

Aldus met een schaatstas vol hooggespannen verwachtingen (ik had immers genoeg gelezen en gehoord) en een paar gloednieuwe Viking Nagano Gold XBR schoenen(= extra breed, speciaal voor mijn Hobbit voeten) met daaronder gemonteerd de goedje nieuwe Marchese Silver Saya buizen, toog ik naar de Uithof in Den Haag met de bedoeling om ze eens lekker uit testen en eens heerlijk te gaan schaatsen. Natuurlijk waren de Nagano Golds bij Ben eerst in de oven geweest en met de vakkundige hulp van @Lindabouwens naar mijn voeten gevormd. Nou, wat kan ik zeggen: “die eerste schaatsmeters vielen in eerste instantie behoorlijk tegen”. ” Pa wat ben jij nout aan het doen”: zei mijn zoon, “dat lijkt nergens naar”. Dat gestuntel wijt ik overigens niet aan de nieuwe combinatie, maar meer aan mezelf en het feit dat ik al meer dan 10 jaar op mijn oude Marathon Mids had gereden en dat mijn voeten daarmee een beetje vergroeid waren. Na drie of vier keren wat sleutelwerk langs de baan, waarbij ik de buizen iets meer naar binnen of naar buiten verplaatste en de afstelling eindelijk naar mijn zin was, kon ik beginnen te wennen aan de nieuwe combinatie van schaatsschoenen en buizen. Dit wennen duurde al met al heel wat meer uurtjes dan ik verwacht had. Ik had eerlijk gezegd na die eerste wankele meters echt wel mijn twijfels: “nu doorzetten met deze schaatsen of terug naar de oude vertrouwde Vikingbuizen en Marathon Mid schoen?”. Ik was niet de eerste en enige die dit overkwam. Dat had ik al begrepen van verschillende andere schaatsers die ook waren overgestapt. Er waren echter nog al wat voor mij wat averechtse adviezen, onder andere het goed bedoelde advies om vooral bij het eerste keer schaatsen de schoenen niet te stak te doen. Dit was voor mij helemaal niet het juiste advies. Na 10 rondjes zwabberen en glibberen in de schoen heb ik uiteindelijk de veters eens lekker aangehaald en strak getrokken. Nou, dat ging al snel stukken beter. De thermoplastische schoen, met de extra brede leest, die in de winkel al goed verwarmd was om mijn voeten, voelt comfortabel aan en geeft redelijk veel steun.  Echte knel- of drukpunten heb ik die eerste paar keer schaatsen niet gevoeld.  De steun van de schoen is voldoende terwijl de enkel voldoende bewegingsvrijheid heeft. Dat is zeer prettig en maakt technisch schaatsen goed mogelijk.

Druk.

Wat mij in de eerste slagen direct al het meest opviel is de hoge druk vanuit het onderstel, de Marchese buizen. Zodra je aan het einde van je afzet met je lichaamsgewicht wat druk naar binnen geeft stuurt de schaats zeer strak terug en voel je de bekende S-beweging op het ijs.  Vooral de eerste paar ronden op het ijs heb je  het gevoel dat je de afzet niet helemaal afmaakt waardoor je eigenlijk met een veel te korte slag aan het rijden bent en niet tot je volle afzet komt. Als ik het goed omschrijf heb je in eerste instantie het gevoel dat je minder druk moet zetten dan je gewend bent en heb je moeite om een rustige slag vast te houden. In feite moet je bij deze buizen juist langer wachten met je inzet, waarbij je tegelijkertijd je knie- en heuphoek moet aanpassen naar de nieuwe manier van schaatsen. Eerlijkheid gebied bij mij te zeggen dat dit toch wat rondjes en wat hoofdbrekens gekost heeft. In de bocht is deze genoemde extra druk nog beter voelbaar. Als je denkt klaar te zijn met je rechter afzet in de bocht voel je op het laatste moment nog wat druk en lijkt het alsof je je afzet nog wat extra door kan drukken. Ook met doorstrekken van je linker schaats merk je dit sturen en drukken. Verder heb je tijdens je afzetfase op het rechte eind, voor je gevoel, nog extra tijd over om te corrigeren en om meer of minder druk te zetten en dus meer of minder te sturen. De schaats is dus, wat ze noemen, ‘zeer controleerbaar en reactief’.SilverSaya_blades_side_open_original

The bones don’t lie

Tja, nu begon ik dit betoog over hoe schaatsers dit soort dingen altijd omschrijven met containerbegrippen zoals gevoel etc en nu maak ik me er zelf ook schuldig aan. Sorry. Dus rest mij nog één ding en dat is “het meten” van de rondetijden en deze tijden als separaat verslag nog eens keer toe te voegen. Dus zou je zeggen, als ze niet sneller zijn, waarom zou je deze schaatsen dan nemen? Het frappante van deze buizen is dat ze pas echt tot 20131124_125832-2hun recht komen in een snel gereden bocht. Pas dan merk je dat je rotsvast langs de blokjes loopt, zonder de angst om uit te breken. Hoe hoger de snelheid, des te hoger het gevoel van grip en vastbijten in het ijs des te beter het stuurvermogen en te rotsvaster het vertrouwen in de schaatsen.

Take aways

Ik denk dat de meeste schaatsers minimaal één of meerdere trainingen nodig hebben om zijn / haar schaatsslag aan te passen om optimaal gebruik te kunnen maken van de voordelen van dit zeer reactieve Marchese ijzer. Dit is toch wel de take away van deze blog. De Nagano Gold schoen heeft mij nog niet helemaal 101% overtuigd.  Ze moeten echter nog een keer verwarmd worden. Voor mijn gevoel mist er op de schoenen nog één nestelringetje extra iets hoger op de schacht van de schoen om ze na het veteren nog beter te kunnen laten aansluiten. Zijn er meer rijders met Nagano Gold schoenen die dat zo ervaren?

Profiel van de nieuwe schaatsen:

Buizen

  • Marchese SilverSaya NSX® klapschaatsonderstel met lichtgewicht oversized aluminium buis met NSX® profiel.
  • D19 Oversized WT3 aluminium buis
  • NSX profiel voor optimale sturing
  • HSS bimetaal staal 62-63HRC
  • lichtgewicht klapsysteem, met enkelvoudige veer
  • spelingsvrije TwinCam ILQ ball lagers –
  • 7075 aluminium onderdelen20131124_130512

Schoenen

De Nagano Gold 2005 XBR is in de hiel 2mm breder en bij de bal van de voet 4mm breder dan de normale Nagano Gold 2005 schoen. De Gold 2005 XBR schoenen hebben een voering van kalfsleder in plaats van splitcroupon, de contrefort loopt langer door naar voren. De schoen heeft een polstering van thermoplastisch foam/schuim en zijn per paar ongeveer 105 gram lichter dan de Gold 2000 schoenen. Het contrefort is thermoplastisch. De kuipschoen heeft een ingezet orthopedisch gevormd voetholtestuk, waardoor de pasvorm nog beter tot zijn recht komt. De gele kevlar hakversteviging aan de buitenkant van de kuipschoen zorgt voor nog meer stabiliteit.Gold_2005_XBR_schoen-2

Geplaatst in fietsen, life, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties